Publicaties
Religieus onderwijs sluit mensen uit en beperkt de vrijheid van kinderen
Nijsink en Verhoef verwijten de ‘links liberale elite’ hun wereldbeeld te willen opleggen aan anderen. Zij pleiten voor het in stand houden van religieus onderwijs.
Hun beroep op vrijheid is tegenstrijdig en misschien zelfs ironisch, ware het niet dat morele onvrijheid niet iets is om over te lachen. Nijsink en Verhoef kiezen met hun verdediging van religieus onderwijs de kant van ouders die soms wel veertien jaar lang hun kinderen via een door de overheid gefinancierde school willen vertellen wat ze moeten vinden.
Misvatting
Het recht op religieus onderwijs zoals dat is vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet, is achterhaald en gebaseerd op een misvatting over vrijheid van jewelste. Nijsink en Verhoef vinden dat kinderen het persoonlijk bezit zijn van hun ouders, waar paps en mams bovendien mee kunnen doen wat ze willen. Met de uitspraak dat ouders zonder morele dwang voor een reformatorische school kiezen (dus wat is het probleem) laten ze zien niet zoveel waarde te hechten aan vrijheid.
Religieus onderwijs mag nooit onder het mom van vrijheid worden geaccepteerd. Religieus onderwijs wordt vaak gerechtvaardigd met een beroep op keuzevrijheid. Ouders hebben volgens deze opvatting het recht om hun kinderen op een school te plaatsen die zij willen.
Geen morele dwang
Maar keuzevrijheid betekent niet dat je voor anderen mag bepalen wat goed voor hen is. De Jonge Democraten vinden dat kinderen het recht hebben vrij van morele dwang onderwijs te volgen. Welke keuzes zij in hun latere leven ook maken, orthodoxie of juist vrijzinnigheid, ook kinderen hebben recht op vrije keuze op het gebied van levensovertuiging. Ouders hoeven die keuze niet voor hen te maken.
Nijsink en Verhoef vragen zich in hun artikel af wat nu precies het probleem is met die orthodoxe scholen.
Kiezen voor god kan pas als je ook niet kunt kiezen voor god
Seculier
Niemand verbiedt het iemand om religieus te zijn. Iedereen mag voor zichzelf bepalen welke opvatting hij of zij eerbiedigt, van liberaal tot orthodox en van religieus tot seculier. Maar wie deze vrijheid van gedachtevorming écht serieus neemt kan niet anders dan concluderen dat religieus onderwijs dit ideaal ernstig aantast. Waar is namelijk de ruimte voor kinderen om zelf, stapje voor stapje, hun eigen gedachtewereld uit te breiden en te toetsen aan de ideeën van anderen?
Ouders hebben het volste recht hun kinderen de opvoeding mee te geven die zij wensen, maar waarom moet de overheid betalen om diezelfde kinderen ook op school vol te stoppen met diezelfde ideeën?
Een overheid kan terecht geen wetgeving maken waarin bepaald wordt wat wel en niet goede meningen zijn. Dat moeten we ook niet willen. Een overheid kan er echter wel voor zorgen dat iedereen de kans krijgt zelf zijn of haar gedachten over de wereld waarin we leven vorm te geven.
Hoe diepgeworteld de opvatting van ouders ook is, kinderen moeten de ruimte krijgen zelf tot een afgewogen wereldbeeld te komen. Kiezen voor god kan pas als je ook niet kunt kiezen voor god.
Scholen zijn er voor kinderen, en niet voor hun ouders. Op school moet ruimte zijn om op encyclopedische wijze over de wereld te leren.
Vrijheid
De Jonge Democraten willen daarom onderwijs waarin kinderen niet leren wat ze moeten vinden, maar wat ze mogen vinden. Alles wat de overheid doet moet er op gericht zijn elk afzonderlijk individu zoveel mogelijk vrijheid te geven, ook als die individuen nog niet zo groot zijn.
Het verdedigen van een ideologie die andersdenkenden uitsluit, vrouwen minderwaardig vindt en homo’s het liefst weer in de kast stopt met een beroep op vrijheid is te zot voor woorden. Daar mogen we ons onderwijs niet voor misbruiken.
Rob Jetten en Thijs Kleinpaste zijn landelijk voorzitter en secretaris politiek van de Jonge Democraten, een politieke jongerenorganisatie gelieerd aan D66.
Bron: www.volkskrant.nl



word lid
