workshops
Workshop 2: Maatschappelijke, geopolitieke en economische aspecten van energietransitie
Discussieleiders: Gerhard Mulder en Ellenus VenemaOnderwerpen: wat zijn de huidige standpunten van D66 landelijk? Vragen als: wat is nodig en wat kunnen de gevolgen zijn op maatschappelijk, economisch en geopolitiek vlak worden aangestipt.
De discussie in de workshop "maatschappelijke effecten van energietransitie" leverde enkele centrale punten op:
1. Rol van de overheid
De overheid dient vooral een faciliterende rol te hebben. Zij moet zich niet opstellen als de ondernemende partij.
2. Taken van de overheid
- Europa: Europa dienst doelen te stellen met betrekking tot duurzame energie. Belangrijke zaken om op in te zetten zijn o.a. een gelijk-hoogspanningsnet en het zorgen voor een 'equal playing field'.
- Landelijk: heffingen op vervuiling, open-einde regelingen, stabiel investeringsklimaat, eenvoudig vergunningen-systeem, stimulerend
- Lokaal: één loket, burgers bewust maken van noodzaak: maatschappij gaat er anders uit zien!
Zaken als een eenvoudiger systeem van vergunningen zijn te koppelen aan bestuurlijke vernieuwing; een 'ministerie van energie' werd in dit kader ook genoemd.
Workshop 3: Lokale toepassingen van energietransitie
Discussieleiders: Willem Jan Stegeman en Olaf Prinsen
Ter inleiding van de discussie gaf Willem Jan Stegeman een toelichting over wat er in Culemborg aan nieuwe ontwikkelingen in het energiegebruik plaats vinden, met name in de wijk Lanxmeer: “De gemeente heeft niet zelf het initiatief genomen om een energiebedrijf over te nemen, maar wel faciliteiten geboden. In Lanxmeer hebben bewoners een eigen energiebedrijf overgenomen’’, aldus Stegeman.
In de discussie kwam allereerst naar voren dat banken geen geld willen steken in alternatieve energie: “er zouden afspraken gemaakt moeten worden met duurzame banken”. Verder werd er gesproken over woningbouw. Woningen met een hoger energielabel zouden een lagere OZB moeten krijgen. Een kanttekening is dat als woningbouwcorporaties investeren in woningen met hoger energielabel, de huurprijs boven de subsidiegrens komt te liggen. De huurder betaalt dan wel minder voor energie. Voorkomen moet worden dat huurwoningen onbetaalbaar worden als er energieneutraal wordt gebouwd. Een andere opmerking betrof de NUON gelden: “De winst uit de verkoop van Nuon zou geoormerkt moeten worden voor ontwikkeling van duurzame energie’’. Voorts werd de vraag opgeworpen of wij nog geld zouden moeten steken in windmolens, of ons meer moeten richten op effectiever omgaan met middelen. Omtrent kernenergie werd opgemerkt dat “D66 moet erkennen dat kernenergie niet kan in verband met de kosten en de problemen met het afval”.
Enkele kernpunten uit de discussie:
Lokaal kunnen we wel veel doen maar landelijke regels zoals huursubsidiegrens en hogere hypotheek bij lagere woonlasten kunnen de toegankelijkheid van milieuvriendelijke woningen beperken.
Gemeente behoeft niet persé een eigen energiebedrijf, maar kan wel stimuleren met behulp van gemeentegarantie.
Geen kerntaak, dus terughoudend met risico's.
Windmolens moeten rendabel zijn: D66 staat voor werkelijke oplossingen en geen symboolpolitiek.
Wel werkt het laten zien wat de omgeving doet: in een wijk met zonnecollectoren doe je eerder mee. Werkt aan bewustwording.
Competitie zoals in Arnhem met plastic inzamelen kan ook goed stimulerend werken.



word lid
